Pensioen in Eigen Beheer: wordt de oudedag dan toch ontspannend?

Een pensioen opbouwen in de eigen BV is lange tijd één van de meest aantrekkelijke fiscale faciliteiten geweest.  De eigen BV kon immers als pensioenverzekeraar fungeren waardoor twee voordelen optraden:  de middelen bleven beschikbaar (zowel bij leven als na het overlijden) en de kosten van het onderbrengen bij een derde verzekeraar bleven achterwege. Het is dan ook geen wonder dat in het verleden massaal gebruik is gemaakt van deze mogelijkheid.

 

In de loop van de laatste jaren zijn er veel problemen gerezen over het pensioen in eigen beheer. Mede door de crisis waren veel vennootschappen gedwongen de aanwezige middelen te gebruiken voor het in standhouden van de  bedrijfsprocessen.  Het gevolg is dat op veel plaatsen onderdekkingen zijn ontstaan ten opzichte van de bestaande pensioenverplichting. Bovendien is sprake van een aanzienlijk verschil tussen de  fiscale en de commerciële waardering van pensioenverplichtingen. Dit heeft geleid tot veel onzekerheid over de pensioenen zowel bij de belastingplichtigen als bij de Belastingdienst.  Indien sprake is van een onderdekking kan de inspecteur het standpunt innemen dat  sprake is van afkoop. Kortom alle reden om het onderwerp nog eens goed onder de loep te nemen.

Dit proces is nu in volle gang. De staatssecretaris in overleg gegaan met de kamer over mogelijke oplossingsrichtingen. Er is nog geen sprake van definitieve besluitvorming, maar de oplossingsrichtingen tekenen zich meer en meer af zoals de laatste brief van de staatssecretaris aan de Kamer laat zien[1].  Daar gaat deze bijdrage over.

 

In eerste instantie wilde de staatssecretaris niet af van de pensioenverplichting in eigen beheer. Hij heeft een aantal voorstellen gedaan om de bestaande mogelijkheden meer in lijn te brengen met de wensen van de Kamer. Daarbij zijn twee varianten bedacht: de oudedagsbestemmingsreserve en het oudedagssparen in eigen beheer.  Zonder nu in al te technische details te vervallen komen de varianten er op neer dat ofwel een reserve in de vennootschap wordt opgebouwd die specifiek bestemd is voor pensioendoeleinden (er ontstaat een aftrekrecht in de vennootschapsbelasting en de besteding van de middelen voor de reserve is dan nog steeds vrij) dan wel het creëren van een afzonderlijk vermogen binnen de vennootschap dat enkel en alleen gebruikt kan worden voor pensioendoeleinden (zelf uit te keren dan wel aan te kopen bij een verzekeraar).

 

Naar aanleiding van deze geboden varianten is de maatschappelijke discussie over het pensioen in eigen beheer verder toegenomen en heeft ook de Kamer gevraagd om andere oplossingen. Dit heeft ertoe geleid dat de staatssecretaris nu ook de afkoop van de bestaande rechten fiscaal  vriendelijk mogelijk wil maken. De nu gepresenteerde voorstellen kennen ook weer twee varianten.  Op de eerste plaats kan de bestaande pensioenreserve tegen de fiscale waarde ineens worden afgekocht. Deze variant heeft als voordeel dat niet de commerciële waarde maar de fiscale waarde in de heffing wordt betrokken. Bovendien bestaat in deze variant de revisierente niet meer.  De vrijkomende middelen zijn daarna niet meer belast.  Nadeel is dat ineens tegen het geldende tarief (meestal 52%) moet worden afgerekend.

 

De andere variant betreft een gefaseerde heffing op het moment dat de uitkeringen plaats zullen vinden. Op het moment van pensionering dus.  De staatssecretaris stelt voor de fiscale pensioenreserve dan in de heffing te betrekken door 20 gelijke delen in de opvolgende jaren te belasten.   In dat geval moet wel rekening worden gehouden met de oprenting van het vermogen en  ook op dit punt doet de staatssecretaris een praktisch hanteerbaar voorstel.

 

 Dus mocht u in een positie verkeren waarbij er nog voldoende middelen  beschikbaar zijn in de vennootschap dan dienen zich wellicht interessante mogelijkheden aan. Mocht u niet in de gelukkige omstandigheid zijn dat de vennootschap nu over voldoende middelen beschikt dan lijkt de dreiging van een afkoop onder toepassing van revisierente voorlopig afgewend. 

 

In alle gevallen is er hoop. Laten we hopen dat de Kamer in al haar wijsheid tot de juiste afweging van alle belangen zal komen en de onzekerheid over het pensioen in eigen beheer daarmee tot het verleden zal gaan behoren.

 

 

 

 

 

[1] Reactie van de Staatssecretaris van Financiën op vragen in het kader van het schriftelijk overleg inzake pensioen in eigen beheer d.d. 15 maart 2016. De brief vormt een vervolg op de brief van 17 december 2015 inzake oplossingsrichtingen voor het pensioen in eigen beheer (Kamerstukken II 2015/16 34 302, nr. 108).

Please reload

Recent 
Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoord
Please reload

Becon nr. 664637

Algemene Voorwaarden

De Algemene Voorwaarden van TCF Consult worden op verzoek toegezonden. Of download ze hier>

Kwaliteit

TCF Consult is aangesloten bij het Register Belastingadviseurs 

  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Social Icon